|
5:15-16
|
-
‘Gezond
maken’ – het Griekse woord gebruikt Jakobus vijf
keer. De andere vier keer (1:21; 2:14; 4:12; 5:20) bedoelt hij
het behouden voor het (eeuwige) leven, zo is het daar ook
vertaald. Verder valt op dat Jakobus in 5:16 wel spreekt over
‘genezing ontvangen’. ‘Behouden’ is
sterker. In 5:16 gaat het over het onderlinge gebed voor elkaar,
in 5:14 is het gebed aan ‘de oudsten’ opgedragen. Ook
dat is een aanwijzing dat het om een ernstiger situatie gaat.
-
‘Gelovig
gebed’ – Dit is het gelovig gebed van de oudsten.
-
Dit
weerspreekt de gedachte dat het geloof van de zieke beslissend
is voor genezing, of dat andere factoren, zoals een vloek in de
familie genezing kunnen tegengaan. Dan kan de zieke zich
schuldig gaan voelen, wanneer geen genezing volgt.
-
‘Over
hem een gebed uitspreken’ – Het valt op dat Jakobus
hier niet zegt: ‘voor elkaar (hem) bidden’, zoals in
5:16. Het lijkt erop dat de (ernstig) zieke het gebed over zich
heen laat komen, terwijl ‘de zieke’ in 5:16 actief
betrokken is.
-
‘Oprichten’
– Ook dit is een lastig woord. Het betekent, afhankelijk
van de situatie: wakker maken, opstaan van een bed (na ziekte),
opwekken uit de dood.
-
‘De
Here’ – De Heer Jezus zal het doen.
-
‘En
als hij zonden heeft gedaan’ – Jakobus legt hier geen
direct verband tussen (ernstige) ziekte en zonde, maar het
belijden en de vergeving van zonde krijgt hier wel uitdrukkelijk
een plaats. Hij wil dat rond het gebed, de belijdenis van zonden
in de gemeente een plaats krijgt. Niet in algemene zin, maar
concreet benoemde, zoals hij de zonden in zijn brief aanwees
(bijv. Jak. 3:1-12). Vergelijk Psalm 103:3-5.
|